Henri Jonkers (1877-1963)

Henri Jonkers, geboren in de Kempen (Oerle) op 21 december 1877 als zoon van Jasper Jonkers en Johanna Maria Swinkels. In 1893 is Henri Jonkers begonnen als gezel op het atelier van J.van der Mark te Eindhoven (die zijn opleiding genoten had aan de St. Lucasschool te Gent) en hij volgt gelijktijdig de lessen (tekenen, proportieleer, bouwkundig tekenen e.d.) op de tekenschool daar, onder leiding van de directeur H.van Gardingen en de leraren J.van Dijk, Asselberg en Kooken.

Hij volgt deze cursus tot zijn een en twintigste jaar en behaalt in die tijd aan genoemde school, zowel als voor zijn inzending van beeldhouwwerken aan de “Vereniging van Bouwkundige Vakken”, verschillende eerste prijzen. (zie o.a. getuigschrift van 1897). In 1899 studeert hij een jaar aan de Vlaamse Academie van Antwerpen.

Op het atelier van Van der Mark heeft hij meerdere werken mede uitgevoerd o.a. de preekstoel te Beek en Donk in marmer met gebeeldhouwde reliëfs, beeldhouwwerken in de kerk van het H.Hart (Noordhoekse Kerk) te Tilburg enz.

Rond 1900 heeft hij gewerkt bij het beeldhouweratelier van de Gebr. Jan en Fons Custers te Stratum, Eindhoven, die zich vanaf 1890 daar gevestigd hebben.

Na de Reformatietijd, toen de katholieken hun vrijheid herkregen, vinden de kunstenaars van die dagen een luchtledig: hij staat alleen, zonder traditie en is verplicht links en rechts te grijpen naar wat hem wordt opgedrongen, de Neogotiek. Hier wordt Henri Jonkers ingeschakeld tot het sieren en meubileren van kerken. De opdrachtgevers en de gemeenschap in die tijden vragen van de kunstenaars, zoals ook van Henri Jonkers, die blij is opdrachten te krijgen, gaaf en evenwichtig werk. Hij moet dus zijn eigen inzichten meestal opofferen. Pas later kan hij weer zichzelf zijn. Tegen die achtergrond moet men Henri Jonkers’ werk zien. Ofschoon bij hem op oudere leeftijd een tendens is, zich van het neogotische systeem los te maken is het toch streng gotische in zijn beelden blijven domineren.

Je kunt zeggen dat Henri Jonkers een representant is van de Neogotiek. Hij werkt in de stijl van Hendrik van der Geld. Dit is zuiver Vlaams-Brabantse kunst. Hij heeft de traditie van de middeleeuwen voortgezet, hierbij ten zeerste gestimuleerd door de voortdurende aanraking met de schatten van de St. Jan in ’s-Hertogenbosch.

Tegen het eind van de 19e eeuw neemt de vraag naar beeldhouwwerk sterk toe door de explosieve toename van de kerkenbouwactiviteit. De ateliers zijn veelzijdig, zij vervaardigen niet alleen beelden, altaren, preekstoelen, kerkmeubelen zoals communiebanken, biechtstoelen ,  kortom de heel sculpturale aankleding van het kerkgebouw, maar zij houden zich ook bezig net de levering van openbare standbeelden, zoals talloze H.Hartmonumenten, die nog altijd veel plaatsen van Brabant sieren.

  Henri Jonkers is getrouwd in Eindhoven op 3 oktober 1911 met Wilhelmina A. van Bergeyk, waarvan hij 5 kinderen kreeg. Na zijn huwelijk is hij in 1913 verhuisd naar ’s-Hertogenbosch. Hij komt in 1904 als eerste gezel op het atelier van Michiel van Bokhoven aan het St.Janskerkhof te ’s-Hertogenbosch, die het atelier van  Hendrik van der Geld (Oude Dieze) en dat van Anton Goossens in 1896  heeft overgenomen. Zij hebben hun atelier georganiseerd op de wijze van de middeleeuwse gilden. Voor de uitvoering van hun ontwerpen hebben zij hulp van een groot aantal gezellen. Vandaar dat de uitgevoerde werken vaak verschillende handen verraden.

In 1917 is Henri Jonkers voor zichzelf begonnen  en krijgt zodanig opdracht voor een twee meter hoog beeld van St.Antonius voor de St.Antoniuskerk te Dordrecht en voor verschillende beelden voor de kerk te Linden. Michiel van Bokhoven heeft in 1918 Henri Jonkers teruggevraagd om als compagnon van Michiel van Bokhoven het atelier voort te zetten, onder de naam “Van Bokhoven en Jonkers”. In 1923 treedt Michiel van Bokhoven zich vanwege zijn hoge leeftijd terug en draagt zijn aandeel in de zaak over aan zijn zoon Anton, die er ook van tevoren als kerkschilder aan het atelier verbonden is geweest. Vanaf dat moment komt al het beeldhouwwerk echter tot stand onder de verantwoordelijkheid van Henri Jonkers.

In de maatschap Van Bokhoven en Jonkers werken omstreeks 1930 14 mensen, waaronder vijf beeldhouwers nl. Piet Verdonk, Guus Kuenen, Jan Arie (afgieter van gipsen beelden), Henri Jonkers (modelleur) en Jack de Bresser. De overige werknemers zijn kerkschilders, meubelmakers, polychromeurs en een tekenaar. Het compagnonschap met Anton van Bokhoven heeft geduurd tot 1934. In dat jaar gaan de vennoten uit elkaar en sticht Henri Jonkers een eigen werkplaats (aan de Zuid-Willemsvaart te ’s-Hertogenbosch) met eigen personeel. Dit atelier heeft tot na de oorlog bestaan.

Henri Jonkers heeft als zelfstandig beeldhouwer drie tentoonstellingen gehad waar hij zijn werken heeft gepromoot, nl.

Het atelier is van 1956 tot 1958 gevestigd aan de Weesstraat, nu Parade te ‘s-Hertogenbosch. Enkele beeldhouwers die later zelfstandig in ’s-Hertogenbosch hebben gewerkt zijn: Piet Verdonk, Frans van den Burgt, Guus Kuenen, Bart van de Wiel, Theo van der Aa, Leo Geurtjens, Jan Vaes  en Jack de Bresser, welke laatste nog jaren aan de St. Jan heeft gewerkt. 

De laatste jaren van zijn leven brengt Henri Jonkers, vanaf 1958, met zijn tweede vrouw ( zijn eerste vrouw was al in 1927 gestorven) door in een bejaardentehuis te Eindhoven. Pastoor Suetens heeft hem daartoe overgehaald om dicht bij de St.Petruskerk te Woensel, waarin hij de hoofd-en zijaltaren en zoveel beelden heeft staan, zijn laatste levensdagen door te brengen. Ook daar kan hij het niet laten en heeft tot aan zijn dood, op 85 jarige leeftijd, nog verschillende beeldjes gekapt. De werken van Henri Jonkers bevinden zich over het hele land verspreid, doch voornamelijk in zijn werkgebied Brabant. Talloos zijn de kerken in het Bossche bisdom waar kruisen, beeldengroepen, communiebanken, preekstoelen en altaren van zijn hand aanwezig zijn. o.a. in ’s-Hertogenbosch:

Terug